Outer Limits

Outer Limits

Outer Limits Group exhibition with works by: Hans van Haalen, Kaspar Dejong, Maarten Nico and Mees van Rijckevorsel. Photography by Tycho van Dijk

There is nothing wrong with your television set. Do not attempt to adjust the picture. We are controlling transmission. If we wish to make it louder, we will bring up the volume. If we wish to make it softer, we will tune it to a whisper. We will control the horizontal. We will control the vertical. We can roll the image, make it flutter. We can change the focus to a soft blur, or sharpen it to crystal clarity. For the next hour, sit quietly and we will control all that you see and hear. We repeat: There is nothing wrong with your television set. You are about to participate in a great adventure. You are about to experience the awe and mystery which reaches from the inner mind to... The Outer Limits

Opening words (in Dutch) Dit is de intro die werd uitgesproken voor iedere aflevering van de jaren '60 SF serie 'the outer limits'. Een tekst die direct door mijn hoofd spookte na het bezoek aan de studios van Maarten Nico en Kaspar Dejong in het ISO complex in Amsterdam en de gezellige huiskamerstudios van Mees en Hans. In Amsterdam vertelde Maarten mij over zijn werk, een voorzichtige verkenning van liefde en lotsbeschikking in de ruimte, verteld door anecdotes zwevend op zwart velours. De sleutel is hier Barbarella, een zendeling van aarde met als missie het verspreiden van liefde en het redden van het universum. Afgebeeld is Jane Fonda in de rol van Barbarella, in de gelijknamige film van 1968. Een pulpfilm die een culthit werd door zeer vooruitstrevende special effects, maar die in zijn tijd vooral gewaardeerd werd vanwege haar softerotische kwaliteiten. Onder haar meld de inhoud van een fortune cookie 'Good new will come to you from far away'. Het verplaats me naar tijden van Marshal McLuhan, The medium is the massage (message) en de verwondering over de televisie als nieuw venster op de wereld met een plek in iedere huiskamer in de westerse wereld. Misschien wel hét moment waarop de kunst haar autonomie over de representatieve rechthoek voor altijd verloor. De heldin van dit werk komt van een steriele toekomstige de aarde waarin alles ingericht is op effectiviteit. Seks is er vervangen door het nemen van een pil. Op een andere planeet wordt Barbarella door een viriele alien geïntroceerd tot seks zoals het bedoelt is. Ze voelt zich bevrijdt en gebruikt liefde in haar queeste het universum te redden. Liefde als redding is - in iets minder vleselijke zin – een credo wat aardig aansluit op het werk van Maarten Nico. Waar veel kunstenaars zich een schild van koude ironie aanmeten, zich een houding verschaffen die eerder kritisch beschouwend is dan empathisch betrokken, daar legt Maarten in ieder werk zijn ziel bloot. Niet dat dit direct aan het oppervlakte af te lezen is, het is eerder een ontwapenend ongemakkelijkheid, een oprechte, doorvoelde beeldtaal die de zeggingskracht van zijn werk bepaalt. De speelse kronkel in het diepzwarte velours stemt hoopvol, het bloempje en de gouden verpakking waar de toekomstboodschap in verstopt zat verwijzen naar geluk. De kosmische toevalligheid die er voor zorgt dat de dingen toch op de juiste plek vallen. De titel van het werk, 'Prophecy at the Coffee Spot', beschrijft precies die kleine, onbenullige momenten waarin een glimps van het grootste valt te lezen. Of misschien enkel de neiging van de mens om alles met elkaar te willen verbinden. Gelukkige toevalligheden spelen ook een centrale rol in het werk van Kaspar Dejong. Na de studio van Maarten verlaten te hebben verwachte ik een aantal van zijn bekende schilderijen te zien, doorwerkte vlakken waarin de straat het modernisme ontmoet. In plaats daarvan toonde hij me een reeks zelfgebakken tegels, waarvan hij in de galerie een stoep wilde leggen. Met echte aarde en echte graszaadjes ertussen. Iedere tegel vormt een eigen composite die deels is ontstaan door toeval en deels door eigen ingrepen. Ze tonen de sporen van de leefwereld van de kunstenaar en zijn interpretatie van stedelijk debris. Deze rangschikking van composities is zelf een knipoog naar de kunstgeschiedenis. Niet alleen maken de zwarte voegen het geheel tot een wijfelend stukje modernisme in grijstonen, het werk steekt in mijn ogen ook de draak met de gewichtheid van de grote wenkbrauwen van land art en minimalise, zoals Richard Long, Herman de Vries en Carl Andre. Stuk voor stuk braken zij toentertijd de regels van de kunst door het doodnormale de tempel voor het bijzondere binnen te trekken. Maar waar het werk van deze baanbrekende kunstenaars de werkelijkheid buiten rangschikde en schoonveegde om nog enigszins te passen binnen de kaders van aanvaarde kunst, daar gaat het Kaspar juist om slijtage, om het prachtige vergang van stoepen en straten door het dagelijks verkeer wat er overeen rijdt en loopt. In die zin past dit werk beter in de ideeën rondom het situationsme, bij het idee dat er een alternatieve plattegrond van een stad valt te maken op basis van haar beleving. Een weergave van een plek door haar kleine voorbeelden van verval en de mensen die haar doorkruizen. Dergelijke kleine momenten liggen ook aan de basis van het werk van Mees van Rijckevorsel. Hier zien we een blik opwaarts van het asfalt via een grasveld naar de lucht, getekend door een wit hekwerk. Een scene die je overal ter wereld zou kunnen aantreffen. Het zijn de imperfecties, zowel de specifieke knip in dit specifieke hek, als de resten van de noeste arbeid die Mees heeft verricht om zijn gekozen materiaal, krijt, aan te brengen en weer weg te brengen, die zorgen dat deze twee beelden samen één unieke nieuwe plek in onze verbeelding kunnen vormen. Mees is opgeleid als architect en opgegroeid als skater. Dit geeft hem een uniek perspectief op de stedelijke architectuur waar wij ons iedere dag mee omgeven. Hij dwaalt van perfect afgebladderde poster tot onbegrijpelijk wirwar van leidingen en purschuim. De momenten waarop de barsten in de overmatige gesystematiseerde Nederlandse stadsplanogie zichtbaar worden. De huidige situatie hier aan de waalkade zou een goudmijn voor hem kunnen zijn. Bekijk vooral de kleine publicatie van zijn fotografie om een idee te krijgen van de weg die zijn oog dagelijks volgt. Dat dit oog geleid wordt, zowel door ons eigen brein als door externe, vaak manipulatieve prikkels, is van groot belang voor het werk van Hans van Haalen. Het werk in deze tentoonstelling heeft voor schilderijen atypische verhoudingen. De hoogte en breedteverhouden past eerder bij die van een TV. Op dit 'scherm' zien we een gelaagde opstelling van herkenbare, maar vervormde figuren. Getransformeerd als op een defecte oude beeldbuis. Hun onderlinge relatie is niet te achterhalen en toch vormt het onmiskenbaar een geheel, gewoonweg omdat Hans het samengeschildert heeft. Tijdens het kijken worden er nieuwe verbanden gelegd in ons brein, dat wil inmiddels zaken graag interperteren vanuit verklaarbaarheid. Het wil zaken 'oplossen' en verbinden , terwijl ze in feite vaak gewoonweg naast elkaar bestaan. Hans speelt al decennia met een groot archief aan bronmateriaal, uiteenlopend van krantenknipsels en foto's van tv-schermen tot een foldertje Spaans voor beginners. Het is zijn taak om de gevonden vormen te ontheffen van hun betekenis en opnieuw te rangschikken tot composities waarin de beeldende elementen strict abstract worden ingezet, voor zover zijn brein dat toelaat. Om niet te verzanden in de weinig interessante klus 'mooie dingen' te maken of verhalen te vertellen in een tijd die al zo verzadigd is van beeldende narratieven dat jongeren tegenwoordig de spanningsboog van een heel seizoen van een soap in een tiktok filmpje van 15-60 seconden kwijt kunnen, kiest hij voor een systematisch, haast formulematige aanpak. Voor hij begint te werken stelt hij een systeem van regels op waaraan zijn composities moeten voldoen. Daarna wordt hij uitvoerder van zijn eigen werk. Beelden worden vergroot, verkleind en van medium verandert tot ook hijzelf het overizicht kwijt is. Op een schilderij van 2020 staan zo de sporen van een aantal decennia hertalen van het eigen bronmateriaal. Ook Kaspar zoekt naar een dergelijke afstand van zijn auteurschap. In het grote witte werk 'Greasy Handz 1' is de compostie ontstaan door het toevallig verplaatsen van het doek met witte verf op de vingers. Vanuit de irritatie over een vlek op een blank canvas ontstaat een oppervlak van handelingen.De 'marmering' op de achterzijde en het geplakte papier op de voorzijde zijn verwijzingen naar buiten, naar posterzuilen en de verwoedde pogingen van gemeentediensten om graffiti van wanden te verwijderen. In de ogen van Kaspar maken schoonmaker en spuiter samen een compositie. Deze romantiek van de doorleefde stad, het persoonlijke in het imperfect, is de rode draad door deze tentoonstelling. Wanneer een oneindig universum in zijn essentie immorreel en hopeloos blijkt te zijn, is het aan ons om hierbinnen schoonheid en liefde een plek te geven.

Outer Limits